
Tussen de twee wereldoorlogen begonnen een dertigtal architecten met het ontwerpen van tuinsteden, een model dat tot doel had kwaliteitsvolle woningen te bieden aan de volks- en middenklasse.
Het gaat hier niet om een ‘dorpsvisie’ zoals elders in Brussel, maar om een opeenvolging van kleine, middelgrote en grote volumes... Een modernisme dat neigt naar kubisme.
Het is de jonge architect Victor Bourgeois die letterlijk aan het roer staat en ook deelneemt aan de oprichting van de coöperatieve vereniging van de Moderne wijk. Zijn project ontvangt de Grand Prix op de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1925, dezelfde tentoonstelling die zijn naam zal geven aan de art deco.
La Cité moderne, vision moderniste de Victor Bourgeois
Dans l’entre-deux-guerres, une trentaine d’architectes se lance dans la conception de cités-jardins, modèle visant à offrir des logements de qualité aux classes populaires et moyennes. On n’est pas ici dans une perspective « village » comme d'autres cités-jardins à Bruxelles, mais dans une succession de petits, moyens et grands volumes … Un modernisme qui tend vers le cubisme. C’est le jeune architecte Victor Bourgeois qui va littéralement être à la manœuvre en prenant également part à la création de la société des coopérateurs de la Cité moderne. Son projet reçoit le Grand Prix à l’Exposition de Paris en 1925, celle-là même qui donnera son nom à l’Art Déco.